Veel mensen hebben klachten die te maken hebben met de wervelkolom, bijvoorbeeld schouder-, nek- of hoofdpijn, of lage rugpijn, met of zonder uitstraling. Ondanks vele onderzoeken wordt er vaak ‘niets gevonden’ en blijven de klachten bestaan. Er is een groep van ruim vijftig artsen in Nederland die zich heeft gespecialiseerd in deze veelal nog onbegrepen klachten van het bewegingsapparaat: de artsen voor orthomanuele geneeskunde.
De methode
De basis van de orthomanuele geneeskunde werd in 1965 gelegd door de Amsterdamse arts M. Sickesz. Zij stelde vast dat veel klachten van het bewegingsapparaat te maken hebben met zeer kleine, corrigeerbare afwijkingen in het bekken en de wervelkolom. Vervolgens ontwikkelde zij een methode voor een effectieve behandeling van die afwijkingen en van de klachten.
Tijdens het eerst consult verricht de arts een nauwkeurig lichamelijk onderzoek. Daarbij wordt in het bijzonder gezocht naar een verwringing in het bekken of een asymmetrisch (scheve) stand van de wervelkolom. Een asymmetrie in de positie van de wervels ten opzichte van elkaar noemen we een standafwijking. Zo’n standafwijking kan veroorzaakt worden door een ongeval, vertillen, verstappen, een verkeerde houding, enzovoort. Hierdoor functioneert de wervelkolom minder goed en wordt het zenuwstelsel ter hoogte van de scheve wervel geprikkeld. Allerlei klachten kunnen daarvan het gevolg zijn: niet alleen klachten van het bewegingsapparaat, maar ook van de inwendige organen.
De behandeling
Na het onderzoek stelt de arts een behandelplan op. De behandeling heeft tot doel de standafwijking op te heffen. De oorspronkelijke functie van de wervelkolom en het zenuwstelsel kan zich dan herstellen.Met behulp van een aantal behandelkussens wordt de patiënt in een zodanige houding gelegd dat de arts de scheefstaande wervels weer in de juiste positie kan brengen.
Niet alle wervels kunnen in één consult gecorrigeerd worden. Daarom zijn er meestal meer behandelingen nodig, waarbij de arts steeds voortbouwt op wat daarvoor bereikt is. Het aantal consulten verschilt per patiënt. Het hangt af van de uitgebreidheid en aard van de afwijkingen. Doorgaans zijn vijf tot zeven behandelingen voldoende. De patiënt komt meestal eens per week terug.
De behandelingen zijn in de regel niet pijnlijk. In de eerste dagen na de behandeling kan enige napijn optreden, ook op plaatsen waar normaal geen klachten waren. Na de laatste behandeling kan het nog verscheidene weken duren eer de oorspronkelijke klachten verminderen of verdwijnen. Na twee à drie maanden vindt een controle plaats.
Wetenschappelijk onderzoek
Aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam zijn twee artsen gepromoveerd op een onderzoek naar de waarde van orthomanuele geneeskunde.* De onderzoekers vonden verbetering bij ruim tweederde van de tweeduizend ondervraagde patiënten. Opvallend was, dat niet alleen rug-, nek en hoofdpijn verbeterden, maar ook klachten van andere aard, zoals duizeligheid, hartkloppingen, maag- en buikklachten.
Ook patiënten met een aangetoonde hernia in de onderrug reageerden positief. De helft ondervond verbetering. Dit gold zowel voor de patiënten die niet geopereerd hoefden te worden, als voor hen die wel geopereerd waren maar desondanks nog klachten hadden.
*Promotieonderzoek Albers en Keizer: ‘Een onderzoek naar de waarde van Orthomanuele Geneeskunde’ Erasmus Universiteit Rotterdam, 1990 ISBN 90-5166-178-9