Zware metalen

EN FRANCAIS

Praktische gegevens

Sinds de industriële revolutie in de 19de eeuw is de ontginning van metalen in een zeer grote versnelling terecht gekomen. Intussen worden allerlei metalen ontgonnen en voor de meest uiteenlopende doeleinden en toepassingen gebruikt en nadien - meestal daar waar niet gerecycleerd wordt - komen ze terecht in het milieu, zodat veel gronden, grondwater en zeeën steeds meer zware metalen bevatten. Op deze manier komen ze ook meer en meer in de lucht en in de voedselketen terecht, zodat we ze via lucht, voedsel en water in het lichaam krijgen. Meest algemeen bekend is kwik en arsenicum in zee (vis!) en lood en cadmium in lucht en grondwater. Het grote probleem is nu dat veel van deze metalen al in kleine hoeveelheden zeer toxisch zijn doordat ze zeer veel enzymsystemen in ons lichaam blokkeren. Dit leidt onvermijdelijk tot een vicieuze cirkel aangezien deze enzymen vaak noodzakelijk zijn om die metalen ook weer uit ons lichaam te krijgen. Die opstapeling leidt vaak tot allerlei vage gezondheidsklachten en chronische ziekten waarvan de oorsprong dan erg moeilijk thuis te wijzen is.
Omdat de metalen na opname niet in de bloedbaan blijven worden ze ook moeilijk teruggevonden. Ze nestelen zich meestal in de weefsels buiten en binnenin de cellen. Daardoor kunnen ze enkel teruggevonden worden door speciale uitlokkingtesten: daarbij worden ze door “chelatoren” uit de weefsels gehaald en komen ze terecht in de urine waar ze dan kunnen gemeten worden.


De enige manier om ons efficiënt tegen deze metalen te beschermen is de milieubelasting te voorkomen maar dat is luid dromen: intussen zijn duizenden tonnen overal ter wereld in het water en in de voedselketen terecht gekomen. Daarom is het beter om bij onszelf na te gaan in hoeverre we zware metalen belasting hebben en - indien ja - de meest efficiënte technieken te gebruiken om ze af te voeren. Dit kan door chelatoren via de mond of via een infuus toe te dienen, afhankelijk van de individuele toxische belasting.
DE METING:
Een probleem is de kostprijs: aangezien de meeste mensen geen (duidelijk herkenbare) acute vergiftiging doormaken maar wel heel traag belast worden door continue toevoer en door toenemend onvermogen om ze rap genoeg weer uit te scheiden, blijft er discussie over de ernst van deze, meestal vage, vergiftigingsverschijnselen. Daarbij komt nog dat een aantal mensen - afhankelijk van hun erfelijke aanleg - uitgesproken allergisch gaat reageren op bepaalde zware metalen, zodat voor hen een kleine belasting al veel erger is dan een veel grotere belasting voor niet allergisch reagerende mensen.
Daarom blijft er rond dit thema nog veel discussie en is er nog geen terugbetaling voor deze diagnose- en ontgiftingstechnieken, alhoewel ze wetenschappelijk bijzonder goed op punt staan.
Maar doordat deze milieubelasting als maar meer zal toenemen is het bijzonder zinvol om uit te maken of men al dan niet belast is en, indien ja, de gepaste maatregelen te treffen.